Het leven van Max Szoc

Maksymilian Szoc werd geboren op 8 april 1937 in Jaroslaw, Polen. Zijn vader was afkomstig van een Russisch gezin en was legerofficier. Zijn moeder was verpleegster. Toen hij nog maar twee jaar oud was, brak de Tweede Wereldoorlog uit. Zijn vader vertrok als ompagniecommandant via Hongarije en het Midden-Oosten naar Noord Afrika en verloor contact met zijn gezin. Zijn moeder trok toen met haar kinderen in bij haar zus in Warschau. De oorlog had een enorme invloed op zijn leven. In zijn dagboek schrijft hij zelf over deze zwarte herinneringen:

"Het begin van de oorlog heb ik onthouden als chaos thuis, beelden van die periode zijn maar vaag. Maar vanaf een jaar later tot het einde van de oorlog, kan ik me nog elke dag herinneren. De beelden van het bezette Polen kan ik me nog steeds voorstellen alsof het allemaal gisteren gebeurd is. Mijn kleuterjaren, dat waren het bezette Warschau: geweld, arrestaties, gehuil. In augustus 1944 was het opstand in Warschau. Mijn 'kleuterschool' liep ten einde en de 'basisschool' begon. In het ziekenhuis waar mijn moeder werkte, waren ongeveer drieduizend zieken, gewonden en personeelsleden. We verbleven er tijdens de opstand. De Duitsers vermoordden er alle zieken en het grootste deel van het personeel. Slechts tweëenvijftig mensen hebben dit overleefd, waaronder drie kinderen: ik, mijn broer en mijn nicht. De andere kinderen werden voor onze ogen vermoord. Een meisje, waarmee ik goed bevriend was, zag ik op de trappen liggen met een verbrijzeld hoofd. Overal lagen verse lijken. Het gevoel, wanneer je met je blote voet op een warm lijk stapt, zal ik voor de est van mijn leven onthouden. Vanaf dat moment heb ik geleerd het leven te waarderen. Deze wrede beelden hebben mijn houding tegenover het leven en de wereld bepaald. Het is goed te beseffen dat zo een ‘experiment’ uitgevoerd op kinderen, vanuit psychologisch standpunt waarschijnlijk leidt tot zware psychische letsels. Men moet veel begrip hebben voor mensen die als kind tijdens een oorlog hebben geleefd. Zij hebben het recht om anders te zijn. Ook bij mij heeft de oorlog sporen nagelaten. Vooral een afschuw van geweld en gruweldaden. Een gebrek aan afhankelijkheid van geld en aan interesse om een carrière te maken."

De oorlog had dus een enorm impact op hem, op zijn persoonlijkheid, zijn houding tegenover de anderen en tegenover het leven en op zijn latere artistieke uitingen. Tijdens zijn kinderjaren had hij al zeer veel meegemaakt. Mensen hebben heel hun leven de tijd om verschillende ervaringen op te doen en om dingen te begrijpen. Men heeft een heel leven nodig om een behoorlijke opvatting te hebben omtrent de dood, geld, ontspanning... Men heeft een heel leven nodig om het te leren waarderen. Max Szoc had op zijn achtste al meer gezien dan andere mensen gedurende heel hun existentie.
met zijn broer Antek in Chelm

met Antek Szoc in Warschau

op 10 jarige leeftijd


Als kind had hij naast teken- ook muzikaal talent. Hij leerde piano spelen en mensen voorspelden dat hij een muzikale carrière zou maken. Toen hij zes jaar oud was, trad hij op in een geheim publiek concert. Het was een succes. Dat concert was voor hem een grote artistieke belevenis.

Na de oorlog verplichtte de financiële situatie van zijn werkloze moeder hen Warschau te verlaten. Ze verhuizen naar Krakau, waar de kinderen voor een korte periode in een weeshuis verbleven. Intussen vindt ze haar man, die zich op dat ogenblik in Engeland bevond, terug via het Rode Kruis. Hij keert terug naar Polen, om de draad bij zijn gezin terug op te pikken en de rol van man en vader weer te vervullen. Samen vestigen ze zich in Chelm. Wladyslawa Goch vindt er werk als directrice van een school voor verpleegkundigen en haar man geeft er Wiskunde en Engels. De kinderen krijgen in Chelm eindelijk de kans om onderwijs te volgen. Ze beëindigen daar hun middelbare school.

Hoewel het idee van zijn vader kwam, stemde Max Szoc ermee in om geneeskunde te studeren. In de beruchte oktober* richt hij samen met enkele vrienden de eerste avant gardistische beweging van beeldende kunsten van het naoorlogse Polen 'Zamek' op. Dat waren de eerste tentoonstellingen, de eerste ernstige schilderijen. Vanaf dan begon hij te dromen van artistieke studies... Hij laat geneeskunde vallen, waarna hij zijn studies regentaat Beeldende Kunsten begint. Daar leert hij Zofia Poraj-Gòrska kennen, zijn toekomstige vrouw. Hij onderbreekt weer zijn studies om op academisch niveau te studeren aan de Universiteit van Mikolaj Kopernik te Torun. Die periode was er ook één van grote liefde, huwelijk en de geboorte van zijn twee kinderen. In 1964 behaalt hij zijn diploma aan de faculteit Schone kunsten met grote onderscheiding.

Na zijn studies hield hij zich vooral bezig met conservatie. Hij conserveerde onder andere schilderijen en beeldhouwwerken in het paleis in Nieborowo, fresco’s in de St. Mikolajkerk in Gdansk en in het kathedraal in Kamien-Pomorski. In 1965 begon hij als conservator te werken in Ksiegarnia Sw.Wojciecha in Poznan, waar hij een renovatieatelier oprichtte. Enkele maanden later stopte hij met dat werk en begon hij te werken als conservator en afdelingshoofd van de sectie Middeleeuwse Kunst in het Nationaal Museum in Stettin.
in zijn studentenjaren

tijdens een voorstelling

op een festival


Tegelijkertijd werd hij leider van de studentenclub 'Kontrasty'. Daar kwam hij in contact met het pantomimetheater 'Studio Pantomimy'. Het voorstel voor het maken van een scenografie interesseerde hem wel, want met pantomime zag hij de mogelijkheid om bewegende beelden te maken. Het avontuur met pantomime heeft hem zo gefascineerd, dat hij besloot een scenario te schrijven voor een stuk, dat hij 'Parasol' noemde. Het stuk zat boordevol symbolen, metaforen en 'filosofie'. Hij was echter niet tevreden met de bewerking. Het eindresultaat was anders dan hij verwachtte. De realisatie van het volgens hem krachtige scenario was matig en weinig succesvol. Max geloofde in zichzelf en wou bewijzen dat het stuk toch een echte theatertekst was. Daarom besloot hij zelf een pantomimetheater op te richten onder de naam 'Studio Miniatur'. Zijn nieuw gezelschap kende veel succes, niet alleen met 'Parasol', maar ook met vele andere stukken zoals 'Isabelle' en 'Orfeusz'. Zowel 'Studio Miniatur' als Max Szoc behaalden vele prijzen op allerlei festivals. Nu en dan maakte Max Szoc ook scenografieën voor toneelstukken voor verschillende theaters in Polen. Tussendoor hield hij zich nog steeds bezig met schilderkunst. Af en toe nam hij deel aan tentoonstellingen. De meeste van de schilderijen die hij in die periode maakte, bevinden zich nu in privécollecties in Israel.

De periode vanaf het midden van de jaren '’60 tot het midden van de jaren '70 was de drukste periode in zijn artistieke leven. Hij was conservator, regisseur, scenograaf, scenarist, choreograaf, animator, kunstschilder... Hij was bovendien altijd te vinden op alle belangrijke culturele evenementen.

Op uitnodiging van de organisator, nam Max Szoc deel aan het artistieke studentenfestival, FAMA. Vanaf toen zorgde hij ieder jaar voor de artistieke omkadering van het festival. Naast de vele studenten, traden er ook bekende jonge artiesten op. Voor velen onder hen was dit festival het begin van een lange en succesvolle professionele carrière. Max' aanwezigheid op het festival kon niemand onverschillig laten. Enkele vrienden en deelnemers schreven hierover:

Elzbieta Wojnowska (zangeres): Toen ik voor de eerste maal aan FAMA deelnam, in 1973, was Max al de koning van het festival. Een avond zonder hem, was een avond zonder belang.


Wojciech Belon (zanger): Voor ik hem leerde kennen, had ik al veel over hem gehoord. Hij was (niet alleen voor mij) een mythische figuur. Zijn vitaliteit, zijn waanzinnige maar tegelijk ook schitterende ideeën, zijn speciale manier van zijn maakte van hem een legende.

Jan Wolek (schrijver, dichter): Op FAMA was hij een animator, poëet, scenograaf, regisseur, happener...een buitengewone man. Maar niemand was er ooit opgekomen dat Max op de eerste plaats schilder is, één met klasse.

Zijn jongste broer, die sinds 1974 in België woont, hielp hem een tentoonstelling te organiseren bij de stichting Veranneman te Kruishoutem. Hij zag meteen de kans om zich te uiten in de schilderkunst zonder enige beperkingen, zonder censuur. Hij waagde zijn kans en vertrok in 1977 vol hoop en zelfvertrouwen naar België. Na een kort verblijf bij zijn broer in Brussel verhuisde hij met zijn geliefde naar Leuven. De weg naar de 'vrijheid' bleek helemaal niet zo vanzelfsprekend. Na de enkele tentoonstellingen die nog volgden, onder andere in Leuven, Brussel en Kessel-Lo, kwam hij tot het besluit dat het als beginnende artiest in België zeer moeilijk is om door te breken. Hij gaf nochtans niet op, ook al was de strijd om van schilderijen te leven en om een officieel verblijf lang en zwaar. Naast schilderijen in olieverf maakte hij nog vele pasteltekeningen. Vele van zijn werken zijn nu terug te vinden in privécollecties in België, Nederland, Italië, Israel, VS en Polen. De laatste jaren van zijn leven had hij volledig aan de schilderkunst gewijd.
zijn ouders nog voor de oorlog

in zijn atelier in Leuven


Max Szoc stierf in 1983 een onverwachte tragische dood op 1 september om vier uur 's morgens, juist op dezelfde dag en om hetzelfde uur dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, die hij zo verafschuwde.

(*)De 'Poolse oktober' van 1956 was een hoogtepunt in de pogingen tot ontwikkeling van het democratische en humane socialisme.

Pantomime

Voor een jonge en beginnende artiest zoals Max Szoc was de kunst, zowel de schilderkunst als theater, een groot avontuur vol verrassingen. Zijn avontuur met theater begon kort na het beëindigen van zijn studies, toen hij kennis maakte met pantomime. Na zijn eerste ervaringen was hij zo enthousiast, dat hij besloot zijn eigen pantomimetheater, "Studio Miniatur", te starten.
Studio Miniatur,'˜Parasol'

Samen met zijn gezelschap leerde en ontdekte hij dit domein van de kunst. Hij was ervan overtuigd dat artistieke intutie veel meer betekent dan opleiding en kennis en zijn ervaringen bevestigden dit. Het stuk '˜Parasol' dat hij vroeger geschreven had, kreeg een volledig nieuwe realisatie en was het begin van een welgeslaagde tocht. Elk nieuw spektakel was beter dan het vorige en ook op festivals begonnen ze steeds meer in de belangstelling te komen. Een van hun grootste successen was 'Orfeusz'. De enscenering was een geslaagd experiment om theater, pantomime, film, schilderkunst, licht en muziek samen te smelten tot een geheel. Zeer speciaal waren de dias, die Max hier gebruikte en die hij zelf vervaardigde. Door het verbranden en inkleuren van de dias werd er diepte gecreerd en verkreeg men een zeer interessant en schilderachtig effect. Hun succes kan ik het best illustreren met een vertaalde recensie over '˜Orfeusz', die in 1969 in een cultureel tijdschrift verscheen:

Het is interessant hoe woorden met de tijd verschillende betekenisnuances krijgen. Vandaag heeft amateurs een eerder pejoratieve betekenis gegeven aan mensen die met gebrek aan vakkundige kennis, als enige troef de "goede wil" hebben. Maar deze term uit het Latijn betekent toch zoveel als "liefhebber", iemand die zich onzelfzuchtig met iets bezighoudt, uit pure interesse. Zo was een amateuristisch ding" ook vroeger het grootste compliment, dat een ding omschreef, dat een echte kenner niet in verlegenheid kon brengen.

Het studententheater van de Academie van geneeskunde uit Stettin, "Studio Miniatur" is een amateurtheater, maar dan wel in die hoogste betekenis van het woord. Het is eveneens een jong theater: het gezelschap bestaat sinds 1966, "Orfeusz" is pas de vierde premiere. Hun eerste stuk "Parasol" behaalde de derde prijs op het tweede Festival van Studententheaters in Lublin. Het recente vierde stuk, nam twee jaar later op hetzelfde festival de eerste prijs in ontvangst. Dat is een zeer grote onderscheiding, vooral omdat het hoge niveau van de andere concurrerende gezelschappen overal gekend is en ook door de "onconventionele" vorm van de Stettinse voorstelling. De traditionele vorm van de studententheaters was een theater in woorden met ambitieuze teksten. In "Orfeusz" gebruikt men geen woorden, althans geen betekenisvolle woorden. Alles speelt zich af tussen gebaren en licht. De muziek en de Engelse tekst, die uit de luidsprekers komt, zijn maar extra effecten die een begeleidende functie hebben. Men behelpt zich ook zonder overvloedige decoratie, dure kostuums en rekwisieten, waarmee de hedendaagse Poolse pantomime is overladen. Zelfs het acteren is hier beperkt, bescheiden. Uit de vorige stukken weet ik, dat de pantomimespelers veel meer kunnen dan ze in dit spektakel laten zien. Het is echter een voortreffelijk theater.

De mythe over Orpheus, diegene die zijn geliefde Eurydike zocht in het dodenrijk, is al zoveel keer geëxploiteerd in theaters, poëzien, films en muziek, dat men zou denken dat het onmogelijk is om een nieuwe vorm te vinden om dit oude verhaal voor te stellen. Maksymilian Szoc, beeldend kunstenaar, regisseur en artistieke leider van Studio Miniatur, heeft bewezen dat het mogelijk is.

Het 35 minuten lange, spannende spektakel is eigenlijk enkel een verhaal over de weg. Eurydike vertrok naar het land der schaduwen. Orpheus gaat haar daar weghalen. Toen kreeg de witte achtergrond van de scène, waarop fantastische droombeelden verschijnen van deze weg, een betekenis. Op de steeds van kleur veranderende achtergrond van de wonderlijke decoratie is de menselijke figuur maar klein. Toch is zijn hardnekkigheid groter dan de schitterende landschappen vol pracht en dreigingen. Hij omzeilt alle hindernissen, gaat steeds verder naar beneden, tot hij zich uiteindelijk in de laatste kring bevindt. De regisseur bezette het midden van deze hel met figuren die niet in de legende voorkomen: nazi's, gevangenen, lijken, een mistige dame en een opstandeling van Warshau. Wanneer Orpheus elk van deze groepen nadert, om zich ervan te overtuigen dat het mensen zijn, die ondanks de schijn dat ze leven onherroepelijk omgekomen zijn, is zeer ontroerend. En eindelijk vindt hij Eurydike terug. Volgens het bevel van de goden, wint hij haar terug indien hij onverschillig al de tragische schaduwen kan voorbij lopen. De lange weg begint. Orpheus is totaal uitgeput, wat de acteur heel expressief uitbeeld. Eurydike volgt hem, maar ze kan moeilijk met het verleden breken. En eindelijk de finale: Orpheus kijkt achterom. Alles is verloren. De poorten, die Eurydike tegenhouden, sluiten voor eeuwig.

Kostuumontwerp voor 'Parasol'

uit ITD nr.27 1969 "Impresje Krakowskie", J.Waczkow: De twee witte doeken, die onopvallend over de scène schuiven geven uitstekende effecten. Ze zorgen ervoor dat de personages verschijnen en verdwijnen zoals geesten. Maar de eigenlijke helden van de voorstelling zijn de schilderachtige en prachtige dia's, de bewegende kleuren. Enkel Maksymilian Szoc, kunstschilder en theaterliefhebber kon zulk een spektakel bedenken en maken.

Met dit stuk bereikte het gezelschap een soort perfectie, maar dit was tegelijk ook de grens van hun mogelijkheden. Max zei dat theater op langere termijn niet zonder woorden kan bestaan. Dankzij zijn werk met 'Studio Miniatur' werd hij bekend in theaterkringen en zo kreeg hij vele voorstellen van verschillende theaters om voor hen te werken.


Schilderkunst

Max Szoc' grootste passie was de schilderkunst. De schilderijen die hij maakte waren meestal surrealistisch. Surrealistische objecten zijn het gevolg van de allerdiepste innerlijke gedachten en verlangens. Max Szoc was van mening dat ieder mens enkele keren per jaar een droom heeft die het waard is om te registreren en de enige manier om dit te doen is de schilderkunst. Om de beelden te 'fotograferen' die naar de droomtoestand verwijzen of deze opnieuw trachten op te roepen, gebruikt men meestal een bijzonder gedétailleerde en minutieuze manier van schilderen.

Max Szoc wou zo schilderen, zodat mensen naar zijn werk zouden kijken en hun eigen ogen niet zouden geloven. Hij wou de grenzen van de menselijke verbeelding overschrijden. Hij wou dat al zijn schilderijen zouden reiken tot aan de grenzen van de metafysica. Het komt erop neer dat een schilderij zou moeten fascineren, verbazen en dat het onbekende gevoelens bij ons zou moeten opwekken.
“Ik wil concurreren met de menselijke verbeelding en de voormalige vorm van de schilderkunst herstellen. De vorm, die door de aanhangers van avant gardistische bewegingen in de schilderkunst geprofaneerd wordt. Ik ben van mening dat er geen indeling bestaat tussen 'oude meesters' en 'avant garde'. Er is enkel een indeling in 'meesters' en 'de rest'.
Geboren onder het sterrenbeeld ram, dus energiek en ijverig, hield Max niet op met de schilderijen in zijn werkplaats te veranderen, te hernemen en te verbeteren:
“Elk van mijn schilderijen zou ik nog eens kunnen herschilderen, zoveel onvolmaaktheden en fouten zie ik er nog in.”
De ridder en de dood (afb.1) is een voorbeeld van een bewerkt schilderij. Eerst was het gezicht van de ridder nog volledig en was de dood slechts een silhouet. Nu draagt de ridder oogkleppen en de dood een sluier van waterdruppels. Zijn dromen schilderde hij onder de vorm van symbolische voorstellingen, mythologische en historische figuren, irreële vrouwen, zeelandschappen, stillevens… In zijn zeelandschappen (afb.2) is de zon nooit afwezig en je ziet er af en toe een warme rode kleur in. De dominerende rest echter is blauw, de kleur van dromen bij uitstek, blauw van kalmte en introspectie.
De ridder en de dood *1979
(Le chevalier et la mort)
Olieverf op linnen, 60 x 90 cm.

Marine III
L’océan
Olieverf op linnen

Gevallen engel *1979
Olieverf op linnen, 60x90cm


De prachtige irreële vrouwen die hij schildert zoals Gevallen engel (afb.3) en Femmes fleur (afb.4 en 5) hebben lange, weelderige haren en tonen zelden hun gezicht. Het is bedekt of vervormd of gewoon afwezig, alsof hij bang zou zijn dat men in hun blik de grote geheimen van geest en hart zou kunnen lezen. Er bestaat echter een schilderij, Levende kosmos (afb.6), waar boven het lichaam van een jonge en volmaakte vrouw een hoofd zweeft, zoals een maan of een zwevend ding in de nachtelijke hemel. Het is een droom over de ontsnapping naar de kosmos die hij op zijn manier weergeeft. De lege vrouw die we zien in La pudeur (afb.7) is een personificatie van de schaamte. Ook hier zie je hoe meesterlijk het haar en de drapperie geschilderd zijn.
Afb. 4. Femme fleur *1980.
Olieverf op linnen, 70 x 60 cm.

Afb. 5. Femme fleur.
Olieverf op linnen.

Afb. 6. Levende Kosmos.
Olieverf op linnen, 70 x 90 cm.


Apocalypse (afb.8) en De verstikking (afb.9) zijn voorbeelden van symbolische voorstellingen. In de eerste verwijst elk element naar het einde van de wereld. De groene appel, het kruis, de mug die van bloed leeft, de anemoon en de geest staan symbool voor de dood. Ook de rode tinten die hier overheersen geven negatieve gevoelens weer: wreedheid, boosheid, wraak, bloed, vuur en dood. De verstikking daarentegen bestaat hoofdzakelijk uit blauwe tinten, die je een veel rustiger gevoel geven. Deze droom speelt zich volgens mij af boven de wolken, in de hemel. De gedoofde kaars wijst op de afwezigheid van zuurstof en vergankelijkheid, terwijl de ladder, de weg naar de volgende wereld via de dood, een positief element is.
Afb. 7. De schaamte
(La pudeur)
Olieverf op linnen 70x90cm

Afb. 8. Apocalypse. 1979.
Olieverf op linnen 60x90cm.

Afb. 9. De verstikking.
Olieverf op linnen 65x100cm


Geraakt door alles wat de wereld bedreigt aarzelt Max Szoc niet om te shockeren zoals in Hiroshima (afb.10), waarin hij ons de stralingskanker toont onder zijn meest alarmerende vorm. In Torrey Canyon (afb.11) zie je het contrast tussen de natuur en de geïndustrialiseerde wereld. Schizofrenie (afb.12) laat ons met een hand bedekt gezicht zien waarop allerlei verschillende insecten en larves kruipen. Met zulke schilderijen wil hij ons doen nadenken en bezinnen over vervuiling, kerngevaar, ziektes, rampen...
Afb.10 Hiroshima
Olieverf op linnen, 70x60cm.

Afb.11 Torrey Canyon *1979.
Olieverf op linnen 60x90cm

Afb.12 Schizofrenie
Olieverf op linnen 60x80cm


De historische en mytologische figuren die hij schilderde vind ik zeer boeiend. Daarom zal ik enkele hiervan in het volgende hoofdstuk apart bespreken. De schilderijen De eerste zonde (afb.13), Het geheim van de opoffering (afb.14), Einde vakantie (afb.15) en Droom over waterdruppel (afb.16) zijn gemaakt in de periode dat Max Szoc in Polen was. Het verschil met de latere schilderijen zijn de rode tinten die hier veel voorkomen. Terwijl op de andere schilderijen de huid en lichamen van zijn vrouwen zeer mooi waren, zijn de lichamen hier vervormd en is de huid gebarsten.
Afb.13 De eerste zonde *1971
(The first sin)
Olieverf op linnen 70x90cm.

Afb.14 Het geheim van de opoffering *1971
(Sacrificial secret)
Olieverf op linnen 70x90cm

Afb.15 Einde vakantie *1974.
(The Holliday is over)
Olieverf op linnen 80x100cm.


Afb.16 Droom over waterdruppel *1967
(A dream on a drop of water)
Olieverf op linnen

Het is moeilijk om Max’ werk onder te verdelen in verschillende periodes. Je kan misschien wel zeggen dat de eerste periode zijn jeugd was, de tweede zijn leven in Polen en de derde de periode dat hij in België verbleef, maar ik denk dat je zijn werk het best kan onderverdelen in thema’s of onderwerpen. Deze vallen niet samen met bepaalde periodes, maar hingen af van zijn stemming. De ene keer schilderde hij dromen en de andere keer nachtmerries. Het is waar dat vele van zijn schilderijen eerder bestemd zijn voor musea of galeriëen dan voor thuis. Dat heeft zijn nadeel, want in musea leven schilderijen niet, ze blijven er gewoon bewaard.


Historische en mythologische figuren in Max’ schilderkunst

Jan Palach *1979.
Olieverf op linnen 80x60cm

Jan Palach
Op dit schilderij is een verkoolde persoon afgebeeld, verwikkeld in een weefsel. Zijn gezicht is naar boven gericht en drukt iets negatief uit. Zijn armen houdt hij stevig rond zijn lichaam geklemd. Donkergroene tinten overheersen hier.

Het onderwerp hier is Jan Palach. Jan Palach was een student van de Karel-Universiteit die zich op 16 januari 1969 op 20-jarige leeftijd in brand heeft gestoken op het Wenceslasplein in Praag. Drie dagen later stierf hij aan zijn verwondingen. In een achtergelaten brief verklaart hij zijn daad als een protest tegen de aanwezigheid van Russische troepen in zijn land. Hij wou drie eisen ingewilligd zien: volledige opheffing van de censuur, verspreidingsverbod voor het Russische blad Zpravy en aftreden van de politici die met Moskou collaboreerden. Jan Palach wilde het volk bewust maken van de wanhopige situatie waarin het land zich bevond en het bewegen zich actief tegen de onderdrukking te verzetten.

Het weefsel waarin Jan Palach gewikkeld is, betekent voor mij dat hij gedwongen werd om zich te verbranden, dat hij geen andere keuze had omdat hij niet kon loskomen. Hij heeft zichzelf opgeofferd voor een hoger doel, de vrijheid van meningsuiting.

Giordano Bruno *1979
Olieverf op linnen 60x90cm

Giordano Bruno
In deze voorstelling zie je een donkere gedaante, die verbrand lijkt te zijn, knielend op een strand. De achtergrond bestaat uit een donkere zee en hemel. De zon boven de zee, het enige lichtpunt op de achtergrond dat in het midden staat, bevindt zich achter een laagje mist. De verkoolde gedaante kijkt in de richting van de zon. Verder, links onderaan, zie je een krantenknipsel dat zogezegd met een stukje kleefband op het schilderij geplakt is. Het is langs één kant afgebrand. Op het krantenknipsel zie je een foto van het gezicht van een man, waarvan de ogen leeg zijn. Boven de foto staat geschreven: ‘Giordano Bru’ en daarboven in kleine letters: ‘Le proces de l’inquisition’. Het zijn de donkergroene tinten die in deze voorstelling heersen, maar ook zijn de blauwe, gele en witte kleuren aanwezig.

We kunnen aan de hand van het kranteknipsel en de gedaante vaststellen dat het onderwerp van dit schilderij ‘Giordano Bruno’ is. Giordano Bruno was een Italiaanse filosoof die van 1548 tot 1600 heeft geleefd. Op vijftienjarige leeftijd werd hij monnik in de orde van de Dominicanen. Hij had een eigen wereldbeschouwing die voor de zestiende eeuw veel te vergaand was. Zijn ideeën liepen de tijd van toen eeuwen vooruit, waardoor hij een moeilijk leven had en gedwongen werd veel rond te zwerven. Toen hij in 1592 naar zijn vaderland terugkeerde, viel hij in de handen van de inquisitie en werd veroordeeld wegens zijn ketterse gedachten. Hij onderging na een gevangenschap van zeven jaren op 17 februari 1600 op de Campio di Fiore in Rome de dood door verbranding.

Nu zullen we proberen de diepere betekenis van dit schilderij te achterhalen. Volgens mij wil de gedaante in dit schilderij, Giordano Bruno dus, de richting van de zeestroom veranderen met zijn eigen wereldbeschouwing. Een wereldbeschouwing die een heel andere richting uitgaat dan die van anderen. Dat is een onmogelijke opdracht en dat weet hij, maar hij probeert het toch. Het is het proberen waard. Hij kijkt in de richting van de zon, alsof dat licht zijn enige hoop is, de hoop dat het ooit lukt om die zeestroom van richting te veranderen, om zijn eigen mening te mogen uiten. Het feit dat hij opgebrand is doet blijken dat hij weet dat hij door dit te proberen op de brandstapel terecht zal komen. De tekst boven het deels afgebrande krantenknipsel: ‘Le proces de l’inquisition’ is misschien een veroordeling van de inquisitie. Het gaat hier om de vrijheid van meningsuiting en een heroïsche daad.

L’enfer c’est les Autres *1979
Olieverf op linnen 60x80cm.

L’enfer c’est les Autres
Dit schilderij toont ons een vrouw tegen een donkere achtergrond. Haar hoofd is bedekt met een witte sluier van kaarsvet en haar ogen zijn weggelaten. Tegen haar oren houdt ze stevig haar handen gedrukt.

'De hel dat zijn de Anderen'. Dit is een beroemde uitspraak van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre uit zijn toneelstuk Huis Clos. Met deze uitspraak wordt het volgende bedoeld: De mens heeft verschillende keuzes in zijn leven en is vrij deze keuzes te maken. Je bestemming en je bestaanswijze zijn niet vooraf gegeven. Een ding daarentegen heeft deze keuzes niet. Een bloemkool heeft geen andere keuze dan een bloemkool te zijn. De mens is dus geen object, maar kan wel het gevoel hebben dat hij een object is als een ander naar hem kijkt. Als iemand je aankijkt kan je voelen dat hij je bekijkt als een gewone buspassagier of een groenteman. Het is dus de ander die mij doet stollen tot een ding. Dat ervaren we bijvoorbeeld ook in de schaamte als we worden bespied of in de liefde waarmee wij de ander willen bezitten en tegelijk bezeten worden.

De vrouw in deze voorstelling heeft een masker op. Dat masker wil volgens mij zeggen dat anderen haar anders zien dan ze in werkelijkheid is. Ze zien haar misschien meer als een ding en weten niet wat er achter dat masker schuilt of zijn dat vergeten. Die weggelaten ogen benadrukken dat lege gevoel dat ze heeft, dat gevoel dat je niets waard bent. Daar heeft de vrouw genoeg van, dus wil ze dat masker uittrekken zodat de anderen kunnen zien dat ze niet zomaar iemand is, maar iemand met een eigen persoonlijkheid en eigen gevoelens.

Prometheus *1979
Olieverf op linnen 65x100 cm.

Prometheus
Op dit schilderij zie je een bloedend standbeeld waarop een adelaar rust. Rond het standbeeld liggen enkele stenen. De enige twee bomen, centraal op de groene achtergrond, zijn kaal en staan zeer dicht bij elkaar. Vooraan in het midden ligt een donkerrode bal, die we rechts op de achtergrond nog eens tegenkomen. Rechts vooraan ligt een tube met rode verf.

Prometheus heeft zich in de Griekse mythologie niet aangesloten bij de Titanen in hun strijd tegen Zeus, maar gebruikte in plaats van ruwe kracht, list als wapen. Zeus ontstak in woede over de manier waarop Prometheus de mensen beschermde en onthield hen uit wraak het vuur, maar Prometheus stal het vuur uit de hemel en bracht het verborgen in een rietstengel naar de aarde. Daarop strafte Zeus de mensen met Pandora en rekende hij af met Prometheus. Hij bond hem vast aan een rots, waar een adelaar hem de steeds weer aangroeiende lever uitpikte. Het helse lijden van Prometheus duurde duizenden jaren, tot hij werd bevrijd door Herakles.

In deze voorstelling zijn er twee elementen die ernaar verwijzen dat het zich afspeelt in het heden: het standbeeld dat beschadigd is door de tijd en de twee donkerrode ballen die een soort tijdslijn vormen. De kleine bal op de achtergrond is vroeger, de grotere vooraan die naast het beeld ligt is nu. Van deze hedendaagse Prometheus wordt niet de lever door de adelaar opgegeten, maar de hersenen. De tube rode verf staat hier symbool voor de kunstenaars, die boodschappen willen overbrengen aan de mensen, maar zich onbegrepen voelen en die zich misschien een beetje identificeren met Prometheus. Prometheus is hier een personificatie van de wil om iets te bereiken en om door te zetten, ondanks het lijden dat ermee gepaard gaat, doordat men gelooft dat het uiteindelijk toch iets zal uitmaken.

Ikaros 2000 *1980
Olieverf op linnen 90x70cm.

Icarus
Deze voorstelling laat je een lichaam zien, verkoold of in staat van ontbinding en aangespoeld door de zee. De ring rond zijn hals is een overblijfsel van zijn astronautenpak. Het schilderij bestaat ongeveer voor twee derde uit een nachtelijke hemel. Door de wolken heen schemert de maan. Het schilderij bestaat vooral uit donkere kleuren, vooral blauwe en bruine tinten.

Ikaros, een figuur van de Griekse mythologie, was de zoon van Daidalos. Koning Minos van Kreta was zo woedend over de hulp die Daidalos Theseus geboden had tegen de Minotaurus, dat hij hem en Ikaros opsloot. Om van het eiland te ontsnappen maakte Daidalos, die uitvinder was, voor zichzelf en zijn zoon vleugels van was en veren. Daidalos waarschuwde Ikaros niet te dicht bij de zon te vliegen, maar toen zij in de lucht waren, vergat zijn zoon de waarschuwing. De was in zijn vleugels smolt en Ikaros viel dood in de zee, die naar hem de Ikarische Zee werd genoemd.

Mensen hebben een drang om steeds nieuwe dingen en nieuwe gebieden te ontdekken, om het heelal te veroveren. We denken dat we dat met al onze kennis en met onze steeds vernieuwende technologiën wel aankunnen. Ik denk dat men met deze voorstelling wil waarschuwen dat dit tot een slecht eind zal komen. Ikaros 2000 laat zien dat de mensheid toch maar klein is tegenover de natuur. Ikaros kan hier ook een symbool zijn voor mensen die iets willen bereiken, maar hiervoor gestraft worden. Vandaar komt het gezegde ‘hoogmoed komt voor de val’.


Geschreven door Sara Szoc in 2002, toen vijftien jarige kleindochter van Malsymilian (Max) Szoc

6MEWEA, SINT-JOZEFCOLLEGE, AARSCHOT 2001-2002